Buikpijn en andere functionele darmstoornissen

1 op 10 kinderen wordt geconfronteerd met prikkelbare darmsyndroom ( = spastische darmen, irritabele darmen)  of functionele abdominale pijn. Naast de pijn, klagen deze patiënten dikwijls van misselijkheid, hebben een opgezette buik en een abnormaal stoelgangspatroon.  Sommige van deze kinderen en adolescenten kunnen niet meer naar school en de pijn wordt een echte handicap! Aan de basis ligt een slechte communicatie tussen de hersenen en de darmen en hypersensitieve darmen. Verder hebben stress en psychosociale factoren een grote impact.

Bij andere functionele darmstoornissen staan braken, refluxklachten die niet reageren op zuuremmende medicatie of misselijkheid op de voorgrond.

Functionele gastrointestinale darmstoornissen  werden gedefinieerd door de ROME III criteria.  Er is een duidelijke onderverdeling voor volwassenen, baby’s en kleuters,  kinderen en adolescenten. Deze hadden als doel deze pathologie duidelijker kenbaar te maken en het bestuderen van de onderliggende pathofysiologie te vergemakkelijken. Wanneer er gesproken wordt over functionele darmstoornissen dan word er vanuit gegaan dat er geen inflammatoire, anatomische , metabole of carcinogene  processen gediagnosticeerd werden , die de symptomen van de patiënt kunnen uitleggen.

Na een grondige oppuntstelling kan een diagnose gesteld worden.

Vroeger werd gedacht dat psychosomatiek verantwoordelijk was voor het ontstaan van deze ziektebeelden.  Al te vaak werd er vanuit gegaan dat het probleem” tussen de 2 oren zat”.

Actueel  is het duidelijk dat  multifactoriële oorzaken aan de basis liggen van deze pathologie. De frekwent waargenomen pijn  in FGID’s, ontstaat door een slechte communicatie tussen het centrale zenuwstelsel en het enterisch zenuwstelsel  waar zowel de afferente als de efferente banen in betrokken zijn. Andere factoren die ook kunnen meespelen, zijn viscerale hypersensitiviteit, gastrointestinale dysmotiliteit en verkeerde centrale processing van de perifere signalen.  Wel  blijven omgevings- en psychosociale factoren zeker een belangrijke rol spelen.

Een behandeling met medicatie levert volgens ervaring en  studies (meta-analyses ) weinig voordeel op. Educatie en hypnose, daarentegen, geeft een uitgesproken verbetering van de symptomatologie op korte en lange termijn.

Door patiënten inzicht te geven in hun pathologie en het ontstaan van de pijn en andere klachten, verstaan ze hun lichaam beter. Hypnose geeft hun de vaardigheid om met verbeelding veranderingen teweeg te brengen en op te treden als hun “eigen dokter”.

Mahler T.,  Education and Hypnosis for Treatment of Functional Gastrointestinal Disorders (FGIDs) in Pediatrics. Am J Clin Hypn. 2015 Jul; 58(1):115-28.